DNM-online

Platform over Leiderschap, Bestuur & Toezicht

Boeken

Eric van ’t Zelfde (2024).
Code Rood. Hoe Oranje en Groen het succes in teams bepalen. 

Uitgeverij Boom

Bart Schipmölder

Bart Schipmölder is directeur-bestuurder van de NSO-CNA Leiderschapsacademie
E-mail: b.schipmolder@nso-cna.nl

In het voorjaar van 2023 reageerde Lobke Vlaming van Ouders & Onderwijs op Linkedin fel en kritisch op een interview met Eric van ’t Zelfde over een door hem bedachte methode. Van ’t Zelfde deelt mensen in in drie categorieën: groen, oranje en rood, en Vlaming viel over het oordelende karakter van deze methodiek. Alleen was ze in haar reactie net zo oordelend. Daarom reageerde ik op mijn beurt op Linkedin met enige verbazing: ik miste nieuwsgierigheid naar elkaar. Inmiddels heb ik op verzoek van DNM Code Rood gelezen, het boek dat Van ’t Zelfde schreef over zijn methode, en ik ervoer hetzelfde als Vlaming: de stelligheid van zijn schrijfstijl en het oordelende richting personen, riep bij mij tijdens het lezen regelmatig een stevig kritisch oordeel op richting de auteur: ‘Zo ga je niet met mensen om. Problemen in een organisatie zijn nooit toe te schrijven aan alleen het individu.’

Onorthodox

Van ’t Zelfde wil graag een onorthodoxe schoolleider zijn. Als rector van het OSG Hugo de Groot in Rotterdam-Zuid, waarover hij schreef in het boek Superschool, en zijn optreden in het TV-programma De Dreamschool is hij een bekende Nederlander geworden. Hij is daarna op verschillende scholen schoolleider geweest, maar lang niet altijd met succes. Zo berichtte de Leeuwardercourant van 22 maart 2024 dat ‘de scholendokter’ na acht maanden alweer opstapte bij het Drachtster Lyceum vanwege ’aanvallen’ op zijn persoon. Er was in alle opzichten een onveilige cultuur ontstaan, waarin er niet meer geluisterd werd naar elkaar. En eerlijk gezegd verbaast me dat niet. Dat kan een effect zijn van het zonder meer toepassen van zijn methode.

Van ’t Zelfdes methode komt er in het kort op neer dat je in scholen drie categorieën van structureel gedrag aantreft: rood, oranje en groen. Groen zijn de ideale medewerkers die professioneel iedere dag het onderwijs met elkaar verbeteren en energiek en positief in het werk staan. Rood zijn de mopperende en roddelende collega’s die schade aanrichten aan de organisatie en veel plannen saboteren. Oranje collega’s zitten daar tussenin. Het zijn de vermoeide helden, mensen die niet zo uitgesproken zijn en mensen die loyaal maar nog nieuw zijn en niet op niveau presteren. Zij verdienen veel aandacht om te kunnen groeien naar groen, maar kunnen door rood gedrag besmet worden en de ‘verkeerde’ kant op ontwikkelen.

Elke professionele organisatie heeft te maken met functioneel en niet-functioneel gedrag van de professionals. Van ’t Zelfde pleit ervoor beter te gaan kijken naar dat gedrag en dat explicieter te benoemen. In een professionele organisatie is het begrenzen door de leiding en door collega’s van ongewenst gedrag cruciaal uit zorg voor een gezonde cultuur. Van ’t Zelfde geeft een aantal voorbeelden, hoe te handelen op het disfunctionele gedrag en beweging te brengen in dat wat vast zit. Zo schrijft hij bijvoorbeeld over sabotagegedrag en negativiteit op het moment dat de schoolleiding beleid over het dragen van petjes in de school vaststelt. Of wangedrag van een medewerker die zijn spullen niet op orde heeft en deadlines niet haalt en daarmee bij voortduring zijn leidinggevende in de weg zit. Een directie, zo stelt hij die aarzelt om zulke rode collega’s buiten de organisatie te plaatsen, draagt op termijn bij aan het verval van de school.

Geen ‘bewezen’ methode

Van ’t Zelfdes betoog is mij echter te simplificerend, te individueel gericht en theoretisch onvoldoende onderbouwd. Als methode is het niet uitgewerkt en biedt het te weinig ondersteuning en houvast om in verschillende situaties en contexten te bepalen wat er nodig is. Regelmatig was ik bij het lezen in verwarring: gaat het nu om gedrag of gaat het over de persoon? Hoewel Van ’t Zelfde aangeeft dat het om gedrag gaat en dat mensen zich daarin kunnen ontwikkelen, leest zijn methode alsof je rode, oranje en groene mensen hebt en dat dat vastliggende karaktereigenschappen zijn. Rode mensen krijgen van hem de zwarte piet toegeschoven. Maar door het zo op de persoon te richten mist Van ’t Zelfde de relationele dynamiek in een organisatie. Rood gedrag staat nooit op zichzelf, maar is verbonden met groen en oranje gedrag. Als je dan de ‘roden’ aanpakt, doe je ook iets ten opzichte van groen en oranje. En wat het effect daarvan is, kan per situatie verschillen.

Gedrag komt voort uit de verbinding tussen mensen en hun context. Het patroon binnen het relationele systeem, zo leerden we al lang geleden in de gezinstherapie, is bepalend voor gedrag. Daar leerden we dat het verwijderen van een disfunctionerend kind in een gezin, een kind met zeg maar rood gedrag, geen oplossing brengt. Omdat daarna een ander kind het rode gedrag ging vertonen. Dat disfunctionerende gedrag bleek namelijk een functie te hebben in de relationele patronen binnen het gezin en een uiting van een overstijgend vraagstuk dat je alleen kunt leren kennen door te luisteren en te kijken naar het hele plaatje. Als je het patroon niet aanpakt, kom je nooit verder. Daarom ben ik altijd nieuwsgierig bij dergelijke gedragingen: hoe past het in het patroon, welke functie heeft dit patroon, welke baten hebben de groenen bij het rode gedrag en welke informatie heeft de rode stem voor het team, die nu niet gehoord wordt? Wat de lezer onvoldoende meekrijgt in Van ’t Zelfdes boek is deze nieuwsgierige bril waarmee men leert kijken naar dit soort dynamieken.

Van ’t Zelfde noemt zijn werkwijze een methode. Maar voor een ‘bewezen’ methode zou veel meer onderzoek gedaan moeten worden en meer gebruik moeten worden gemaakt van theorie over bijvoorbeeld de lerende organisatie, teamdynamiek en systeemgericht werken (niet te verwarren met het blauwe regeldenken, het systeemdenken, waar van ’t Zelfde het over heeft in zijn boek). De verwijzing naar theorie is oppervlakkig en soms zelf verkeerd toegepast.

Een rode held

Van ’t Zelfde plaatst zichzelf en zijn perspectief en observaties van succes wel heel erg centraal in het boek. Hij komt naar voren als de held die het allemaal weet en fixt. Maar we weten uit onderzoek dat het idee van de leider als die ene held die in zijn eentje de school redt, achterhaald is en niet klopt. Het is het complexe relationele samenspel tussen mensen dat bepalend is voor succes. Overigens geeft van ’t Zelfde toe zelf ook wel iets van het rode gedrag te vertonen. Het is niet verwonderlijk dat hij daarmee, en met zijn oordelende methode, makkelijk in conflict komt met de rode mensen, maar ook met groene en oranje mensen, in de organisatie. Bij het Drachtster Lyceum bleek zijn aanpak in ieder geval uit te draaien op een conflict en niet het gewenste resultaat te hebben en vooral tot onveiligheid te leiden.